Kunnen jullie me helpen met een border vol eetbare planten?

Het is een eenvoudige vraag en het uiteindelijke beplantingsplan ziet er ook eenvoudig uit. maar daar gaat een gestructureerd ontwerpproces aan vooraf, en dat bestaat uit de volgende stappen:

1 omgevingsfactoren

De border ligt in een beschutte hoek van een schaduwtuin onder een grote eik en vlier. We maken een basiskaart met daarop het noorden en aanwezige muren. Door de muren is wind geen factor. Links van de border is het terras dat uitkomt op de keuken. De muur rechts is van een schuur met een dakgoot. De muur aan de bovenkant van de tekening is de scheidingsmuur met een openbaar voetpad naar de achterkant van de huizen.

2 het natuurlijke ecosysteem

In deze tuin wordt niet veel getuinierd: de plantengroei bestaat uit natuurlijke plantengroei, anderen zouden het onkruid noemen, dat in toom wordt gehouden. Er groeit vooral Braam, Robertskruid, Groot Heksenkruid, Speenkruid, Sneeuwklokje, Klimop, Puntwederik, Geel Nagelkruid en Basterdwederik. De braam, die lange uitlopers maakt die zodra ze de grond raken snel weer uitlopen, zou de hele tuin overwoekeren als we daar niet hard tegen vechten.

Volgens de bodemkaart van Nederland ligt de tuin op lichte kleigrond, is vrij nat en voedselrijk. De grote eik die over de hele tuin heen hangt bedekt in de herfst alles met een dik pakket blad. Dat is fijne mulch, maar eikenblad verteert slecht: de bodem bevat veel onverteerde humus en is zuur. Tenslotte bevat de grond veel stikstof, en daarom doet de braam het zo goed. Dit is een kenmerk voor de mens die bezig is.

Met een beter bodembeheer zoals het verminderen van de mulchlaag van louter eikenblad, kunnen we de bodem minder zuur maken. We kiezen daarom voor planten die in de natuur groeien in loofbossen op voedselrijke vochtige grond. Hier een plantenlijst.

3 wensenlijstje

De eigenaar wil een natuurlijke tuin die zichzelf zoveel mogelijk in evenwicht houdt. Het liefst heeft ze zoveel mogelijk eetbare planten, maar ook vogels, vlinders en bijen zijn belangrijk. Daarnaast wil ze de braam graag houden en hoog laten uitgroeien, want de muur langs de tuin is laag en er lopen veel onbekenden over het openbare pad langs haar tuin: de doornige braam houdt ongewenst bezoek op afstand.

4 zeven plantenlagen

Bij het ontwerpen van een nieuw ecosysteem met optimale opbrengst passen we zeven plantenlagen toe. Maar deze border is veel te klein om al deze lagen te kunnen gebruiken. De hoge eik en vlier staan er vlakbij en horen bij het ecosysteem: vogels en insecten vliegen immers heen en weer, bladeren vallen ook in deze border op de grond en vormen mulch en compost. Bomen hebben een uitgestrekt wortelstelsel, dus onder onze border zullen zeker eikenwortels groeien, en de border ligt bovendien in de schaduw van de eik en de vlier.

We ontwerpen de volgende conceptplantenlijst waarmee we de volgende ontwerpstappen verder ingaan.

  1. hoge bomen: eik
  2. lage bomen: vlier
  3. klimmers: braam
  4. struiken: aalbes
  5. kruiden: look zonder look, zuring
  6. bodembedekkers: speenkruid, bosaardbei
  7. wortelgewassen: sneeuwklokje, daslook, slangelook

Uiteraard is dit een eerste conceptlijst, in het verdere proces vullen we details in.

5 functioneel systeem

Met de basisplanten maken we een flowdiagram van functies. We geven de individuele behoeften van de planten aan en ontwerpen oplossingen om in die behoeften te voorzien. Aalbes bijvoorbeeld heeft behoefte aan veel kalium en kan in het voorjaar niet tegen droogte. Dus we bekijken hoe we in deze tuin aan kalium en aan water kunnen komen: onder de dakgoot van de schuur zetten we een regenton. Zo ontwerpen we een zo mogelijk gesloten systeem waarin de diverse planten elkaar steunen en versterken en zichzelf en elkaar alle behoeften voorzien.

Nu het flowdiagram klaar is, zien we dat de zuring er eigenlijk niet bij past: die houdt niet van kalk. De eerste jaren zal hij het op die plek prima doen, maar geleidelijk zal hij wegkwijnen.

6 gezond dierenleven

Behalve nuttig voor de mens, willen we een border die ook nuttig is voor andere diere zoals bijen, vlinders en vogels en voor kleine zoogdieren zoals muizen en egels.

Muizen en egels doen we veel plezier met een dikke laag mulch, en ook aalbes heeft een grote mulchbehoefte.

Vogels en insecten zoals vlinders en bijen doen we een groot plezier met braam en aalbes. Met name braam levert zo’n grote oogst dat vogels tot ver in de late herfst daar nog te eten vinden. In het ondoordringbare braamstruweel leven talrijke insecten en die zijn een voedselbron voor vogels tot ver in de winter.

Aalbes heeft een grote behoefte aan humus. Dat voegen we toe via compost en bladaarde, wat verbetert de bodem en goed is voor het bodemleven.

7 arbeid

De behoeften waarin de natuur niet zelf voorziet, zullen we zelf moeten toevoegen. Dat kost arbeid, en dat willen we zoveel mogelijk beperken. In ons systeem is dat kalium voor de aalbessen, dat we toevoegen door aan het eind van de winter houtas uit de houtkachel in huis onder de planten te gooien. De border ligt vlak naast de achterdeur van het huis, wat deze arbeid minimaliseert.

Daslook groeit op een kalkrijke bodem, en de aanwezige bodem is zuur. In de herfst gooien we zoveel mogelijk eierschalen op de plek waar de daslook dan opkomt. Als de bodem echt kalkrijk gaat worden zal de zuring het minder goed gaan doen op die plek.

Aalbes is geen lastige struik, maar kan niet tegen droogte in de periode dat hij bloeit. Mocht het dan te droog zijn, moeten we water geven. Daarom zetten we aan het eind van de border een regenton, waarin de dakgoot van de schuur afwatert.

Tenslotte het vele eikenblad in de herfst. Dit blad blijft jaren liggen, en hoewel dat goed is voor het bodemleven, maakt het de grond zuur. De bodem is bedekt met een dik pak onverteerde bladeren. We adviseren om voortaan de meeste bladeren in grote plastic zakken te doen, een paar gaten erin maken, en de zakken onder de boom te laten overwinteren. Het jaar erop heb je zo prachtige bladaarde die beter verteerd dus minder zuur is. Uiteraard is een laag mulch goed, maar die moet minder dik dan nu.

beplantingsplan voor een schaduwborder

Alles combinerend, komen we tot het volgende plan:

We vullen de speenkruid, klimop, braam, nagelkruid, wederik en robertskruid aan met zwarte bes, rode bes, daslook, bloedzuring en bosaardbei. Mocht de daslook wegkwijnen omdat de grond te zuur is, is die plek geschikt voor blauwe bosbes. Een bijzondere plant zou slangelook kunnen zijn. Op de hoek van de schuur zetten we een regenton.

Het lijkt zo eenvoudig, maar er gaat dus een heel ontwerpproces aan vooraf!